Op Uhuru peak, Kilimanjaro

De beklimming van de Kilimanjaro: mijn reisverslag

De Kilimanjaro in Tanzania beklimmen. De hoogste berg in Afrika. Tevens de hoogste vrijstaande berg ter wereld. Eén van de seven summits. Kortom: bucket list-materiaal voor elke zichzelf respecterende avonturier. Die kon uiteraard ook op mijn lijstje niet ontbreken. En jawel. Op 25 juli 2019 stond ik op Uhuru Peak, het dak van Afrika, en ik deel hier graag mijn ervaring met de beklimming van de Kilimanjaro.

Vooravond van de trekking

Eigenlijk begint de trekking al een beetje de avond vooraf: je komt aan in je hotel, maakt kennis met je reisgenoten, de gids komt langs en legt uit waar je je aan mag verwachten en welk materiaal je zeker nodig hebt (wil je weten wat ik allemaal mee nam: in deze post vind je mijn volledige paklijst). Hij leert ons ook meteen 2 begrippen in Swahili die we de komende dagen nog veel gaan horen: polé polé (langzaam aan) en hakuna matata (no worries).

Diezelfde avond vindt in ons hotel ook een ceremonie plaats voor een groep die net terug is van de top. Eén van hen is een vrouw van 89 jaar, die dus zopas het wereldrecord gebroken had als oudste vrouw ter wereld die de Kilimanjaro beklom. En ze zag er verdorie nog goed uit ook, na een week op die berg gezeten te hebben! Daar word je dan als jong veulen dat er nog moet aan beginnen wel even stil van, toch. 😊

Onze gids vraagt of we gebruik gaan maken van de publieke long drop toiletten, die vaak veraf liggen van de kampplaats en mogelijks al redelijk “vol” zullen zitten, of we met de groep een draagbaar privé-toilet willen huren, tegen een meerkost van 35 dollar per persoon. Het beeld van dat gat in de grond dat al redelijk “vol” zit maakt dat we zonder veel discussie beslissen voor de luxe van een privé-toilet te gaan. De Whatsapp-groep die we achteraf zullen creëren om foto’s uit te wisselen kreeg de naam “best 35 dollars ever spent”. De tevredenheid over de keuze behoeft geen verdere uitleg, me dunkt. 🙂  Als je zelf ooit naar de Kilimanjaro gaat, huren dus, die portable loo!

Dag 1: Van Machame gate (1800m) naar Machame camp (3000m)

Vroeg opstaan hoeft niet vandaag, dus de dag begint op het gemak en met een uitgebreid ontbijtbuffet. De reistassen worden gewogen (15kg is het maximum toegelaten gewicht per drager) en vervolgens worden we met de bus naar Machame gate gebracht, een uurtje rijden vanaf het hotel. Het blijkt echter een Afrikaans uurtje te zijn: onderweg stoppen we eerst nog even bij een ATM zodat iedereen geld kan afhalen, en dan ook nog eens bij de supermarkt, om de laatste inkopen te doen. Al meteen een eerste oefening in polé polé, zie.

Aan de gate heerst de opgewonden sfeer van “de start”. Veel geroezemoes, poserende toeristen aan het eerste bord van de Machame-trail, administratie die geregeld moet worden door de gidsen,… De gate is ook de plek waar elke gids zijn dragers uitkiest, en alle bagage verdeeld wordt. We krijgen daar eerst ook nog kip met frietjes, ter plekke klaargemaakt door onze persoonlijke kok voor de komende dagen.

Na de middag beginnen we dan eindelijk aan de wandeling doorheen het regenwoud, dat als een gordel beneden om de Kilimanjaro heen ligt. De tocht is niet zwaar en we stappen polé polé, dus er wordt wat afgebabbeld: deze uurtjes bieden de ideale gelegenheid om zowel je groepsgenoten als de gidsen beter te leren kennen, waarmee je de komende dagen intens zal samenleven. Iedereen polst ook een beetje naar de fitheid van de ander, en hoe elk zich op zijn manier al dan niet goed voorbereid heeft op deze beklimming (ik schreef deze blogpost over mijn persoonlijke voorbereiding op de beklimming van de Kilimanjaro).

Tegen 5u komen we aan op de eerste kampplaats, die omsluierd is door mist. We krijgen elk onze tent toegewezen, en in de mess tent krijgen we alweer een driegangenmenu voorgeschoteld: soep, hoofdgerecht en dessert.  Ik vind het onvoorstelbaar hoe de kok erin slaagt om in de barre omstandigheden op die berg zulke lekkere maaltijden te bereiden. Van pizza tot frietjes, spaghetti bolognaise en heerlijke avocado,… Ja ja, we worden goed vetgemest.

Dag 2: Van Machame camp (3000m) naar Shira 2 camp (3840m)

De dag begint met een krachtig klimmetje in de mist. Het is pas hoger op de berg dat ik me realiseer dat die mist het wolkendek was, waar we doorheen gebroken zijn. Opeens is de lucht hemelsblauw en liggen de wolken onder ons. Het jungleachtige decor van gisteren wordt ingeruild voor iets dat een mix is tussen heide en vulkaangebied, en de rest van de wandeling is prachtig en zonnig.

Boven de wolken, Kilimanjaro
Hoger dan de wolken!

We wandelen 5 à 6u en komen in de vroege namiddag aan in Shira 2 camp. Daar bezoeken we de grotten waar vroeger in geslapen werd, in de tijd voordat er tenten gebruikt werden bij de beklimming van de Kilimanjaro. We lunchen en nemen een uurtje rust. Dat kan ik gebruiken, want de voorbije uren is er een stekende hoofdpijn opgestoken. Het eerste symptoom van hoogteziekte…

Na de siësta volgt een officiële voorstelling van het team: alle gidsen en dragers worden persoonlijk aan ons voorgesteld, en wij stellen ons op onze beurt aan hen voor. Het heeft iets grappig formeels maar tegelijk wordt er wat afgelachen, gezongen en gedanst. Aansluitend krijgen we van één van onze gidsen die tot de Maasai stam behoort wat uitleg over het leven en de rituelen van de Maasai. Zijn verhaal is erg aangrijpend, maar de hoofdpijn heeft me intussen teveel in zijn greep om er ten volle van te kunnen genieten. Ik wil eigenlijk alleen maar gaan liggen en mijn ogen sluiten.

Na het avondeten worden we nog getrakteerd op een prachtige zonsondergang, waardoor we bovendien ook zicht krijgen op Uhuru peak, de top van de Kilimanjaro, in een oranjerood avondlicht. Dat maakt dan wel weer veel goed…

zonsondergang Shira camp
Zonsondergang in Shira 2 camp

Dag 3: Van Shira 2 camp (3840m) via Lava tower (4600m) naar Barranco camp (3950m)

Onder bergbeklimmers heerst een gezegde: “climb high, sleep low”, en dat is precies wat we vandaag gaan doen. We slapen op dezelfde hoogte als de vorige nacht, 3900m, maar gaan eerst even op en af voor een picknick op 4600m. Dat zou helpen om je lichaam beter te laten wennen aan de hoogte.

We hebben alweer het geluk te starten onder een staalblauwe zonnige hemel, maar ik heb het moeilijk om er van te genieten. Ik heb intussen knallende hoofdpijn, en hoewel ik op een paar uur tijd al 2 liter water binnen heb, lijkt dat niet te helpen. Om de één of andere onduidelijke reden ben ik ook te koppig om een pijnstiller te nemen, hoewel de gids me dat een paar keer komt suggereren. Nee, ik wil voelen hoe mijn lichaam reageert op de hoogte, antwoord ik. Stom, natuurlijk. Zo een Ibuprofen is licht spul en het had de voormiddag een pak aangenamer kunnen maken.

Gisterenavond had onze gids al aangekondigd dat het zwaar zou kunnen worden, en dat we de hoogte echt zouden gaan voelen. Misschien zouden we ook een beetje ziekjes worden op de lunchplek aan Lava tower, dus de dragers zouden daar voor de zekerheid ook ons toilet even opzetten. Zodat ons lichaam zijn ding zou kunnen doen terwijl het aan de hoogte went… Op het moment zelf gaat het een beetje aan me voorbij, maar die middag zal ik dankbaar terugdenken aan hun vooruitziendheid.

De lunch op Lava tower is de enige maaltijd die ik me nog exact herinner, hoewel ik er zo goed als niks van gegeten heb: omelet met pasta, een typisch Tanzaniaans gerecht waar de gidsen al dagen over spraken. Na mezelf geforceerd te hebben 2 happen binnen te proppen moet ik de tent uit spurten en hang ik over het toilet, om er alles in veelvoud uit te kotsen. Een sympathieke gids komt me bemoedigend een schouderklopje geven. Het is er nu tenminste allemaal uit, resumeert hij nuchter.

Ik besluit uiteindelijk toch een pijnstiller te nemen, zodat de hoofdpijn tenminste wat betert. Daardoor geniet ik best wel van de afdaling. Hoewel ik me nog steeds een beetje ellendig voel, krijg ik wel een boost van de aankomst in het kamp. Barranco camp is woest en winderig, gelegen in een kloof en met een machtig zicht op Barranco wall, ook wel Breakfast wall genoemd, de rotswand die we de volgende ochtend op gaan klauteren. Vanavond niet enkel alweer een zonsondergang om u tegen te zeggen, maar aansluitend ook nog eens een sterrenhemel zoals ik die nog nooit eerder zag.

Barranco camp met zicht op Barranco wall
Barranco camp, met zicht op de Barranco wall

Dag 4: Van Barranco camp (3950m) naar Barafu camp (4600m)

De dag begint met de beklimming van Barranco wall. Terwijl we zelf nog bezig zijn ons klaar te maken voor vertrek, zien we in de verte al kleine bewegende stipjes: mensen die tegen de rotswand lijken te plakken. Het ziet er akeliger uit dan het is. Het klauteren langsheen die wand is eigenlijk best wel leuk, en eens boven is het uitzicht behoorlijk adembenemend.

Beklimming Barranco wall
Op de Barranco wall.

Net zoals de voorgaande dagen is de zon van de partij (ja ja, wat het weer betreft zijn we echt wel met ons gat in de boter gevallen). Ik heb intussen bovendien mijn koppigheid tesamen met mijn trots en waardigheid opzij gezet, en leef nu min of meer op Ibuprofen, waardoor de hoofdpijn draaglijker is, en ik ook wel meer geniet van de wandelingen.

Hoewel het eten zelfs op deze hoogte superlekker blijft, is het de tweede dag op rij dat ik door de hoogte met moeite nog eten binnen krijg, dus ik tank doorheen de dag energie bij met de Snickers, nootjes en energierepen die ik meegebracht had van thuis.

Na Barranco wall moet er vandaag nog een flink stuk gewandeld worden: we stappen in totaal ongeveer 8u. Vaak zien we het pad dat we nog omhoog moeten al van ver liggen, en we wandelen zo traag dat er soms precies geen einde aan lijkt te komen. Vandaag haal ik voor het eerst mijn Iphone boven en stop ik wat muziek in mijn oren, dat helpt: André Hazes en Will Tura blijken goed gezelschap.

Het is ergens op zo een veel te lang pad dat ik ineens een soort van aha-erlebnis krijg. Ik kom tot het verpletterende inzicht dat ik er in feite bijna ben, het is de laatste dag bergop, de beklimming naar de top van de Kilimanjaro gaat vannacht al gebeuren, en het heeft er momenteel alles van weg dat ik die top ga halen! Als ik dat nu zo opschrijf klinkt dat een beetje onnozel, maar op dat moment kreeg ik er de tranen bij in de ogen. Ja ja. Zo een paar dagen op een berg doorbrengen, het doet vreemde dingen met een mens. 😊

De hoogte hakt er nu bij iedereen stevig in, dus er wordt weinig tot niet gepraat, en langzaam lopen we in een rijtje achter elkaar, het ritme volgend dat de gids vooraan aangeeft, zoals ze het ons de voorbije dagen geleerd hebben. Het laatste stuk is er precies een beetje teveel aan voor mij, en samen met een kerel die ook al dagen behoorlijk ziek is zak ik terug en moet ik de kopgroep lossen.

Wanneer we de kampplaats naderen herken ik van in de verte onze tentjes al, helemaal vooraan op de camping. Ik word er gelijk vrolijk van en laat diegenen achter me weten dat we er bijna zijn, want zie, daar staan onze tentjes! Dat enthousiasme is echter snel verdwenen als de gids ons duidelijk maakt dat we ons net zoals iedere avond nog officieel moeten gaan inschrijven in het register van het kamp, en dat register ligt… helemaal achteraan op de camping, dus nog een flink halfuur erbij. Mopperend slepen we onszelf naar daar. Als we met de achterblijvers dan toch eindelijk bijna aan de registreerhut zijn, buiten adem en misselijk, kruisen we een andere gids, die ons met een brede glimlach meldt dat hij al zo vriendelijk geweest is ons in te schrijven, dus dat we dat extra stuk niet meer hadden moeten lopen… Ja, da’s om dood te vallen hé. Maar kijk, hakuna matata, voegt hij er vrolijk aan toe, hier staat het bord van de kampplaats, nu je er toch bent kan je er ineens ook een foto van nemen. Dit is immers het basecamp van waaruit het vannacht allemaal gaat gebeuren, dat is toch niet niks. We nemen dus maar een paar foto’s van elkaar aan dat plakkaat, alvorens de paar 100m terug naar beneden te lopen om voor de verandering even te gaan liggen in de tent.

Aan bord Barafu camp, basecamp
Uitgeteld aan het bord van Barafucamp, en dat terwijl we nog aan de eigenlijke beklimming moeten beginnen 🙂

Ik voel me alweer niet opperbest, en zelfs zonder echt te eten moet ik nog een paar keer overgeven. Net zoals iedere avond wordt ook nu tijdens het avondeten onze hartslag en het zuurstofgehalte in ons bloed gemeten. De ondergrens voor je saturatie is 70%, als je daar onder zit is het niet meer verantwoord nog door te gaan (op zeeniveau is je saturatie normaalgezien 99%). Ik blijk op dat ogenblik maar 65% te hebben… Dat is toch even slikken. Bezorgd vraag ik aan de gids wat dit nu betekent, mag ik dan echt niet mee? Hij ontwijkt mijn vraag een beetje, en zegt dat we het binnen een paar uur nog eens zullen meten, vlak voor we starten.

Het verklaart natuurlijk wel waarom ik me zo rottig voel. Meteen na het avondeten, waarvan ik alweer enkel de soep binnenkrijg, kruip ik in bed. Ik neem er vrede mee dat ik mijn lichaam voor mij ga laten beslissen. Als ik morgen nog steeds zo een laag zuurstofgehalte heb, dan eindigt het hier. Ik voel me zo uitgeput dat het me eigenlijk allemaal niet zoveel meer kan schelen. En ik val vervolgens als een blok in slaap.

Dag 5: Van Barafu camp (4600m) naar Uhuru peak (5895m) naar Millennium camp (3900m)

Daar waar de meesten dus een beetje zenuwachtig voor zich uit liggen staren tot ze om 23u gewekt worden om aan summit night te beginnen, slaap ik een uur of 3, 4 echt goed door. Ik moet zelfs flink wakker geschud worden door mijn roommate, alvorens het tot me doordringt dat het zover is.

In die paar uur is er ook een mirakel gebeurd: ik voel me goed! Ik ben van die hoofdpijn af die ik al dagenlang meezeulde, ik voel me niet meer misselijk en ik heb zelfs honger! De chocomelk en biscuits die ze voor ons klaargezet hebben gaan er vlotjes in bij mij, in tegenstelling tot bij de anderen, die de koekjes nauwelijks aanraken. Het feit dat ik me voor het eerst in dagen fit en gezond voel, en de adrenalineboost die dit nachtelijk moment met zich meebrengt, maken dat ik me er helemaal klaar voor voel. Ik ga straks gewoon straight to the top, zo is dat!

Zoals afgesproken komt de gids nog eens mijn zuurstof checken, en ook hier is mijn geluk gekeerd: ik heb net 71%. Ik krijg er zelfs een applausje voor van mijn groepsgenoten: alle 12 kunnen we dus de beklimming naar de top van de Kilimanjaro aanvatten.

Op het ogenblik dat we vertrekken, zien we voor ons op de wand al een hoop bewegende lichtjes. Dat zijn mensen die ofwel vroeger vertrokken, of die hogerop in het basecamp sliepen. Het geeft niet echt moed om op basis van die lichtjes te zien hoe veraf de top nog is, dus ik probeer in het begin zo weinig mogelijk omhoog te kijken. In het pikdonker wandelen we op een rijtje op een vast ritme in ganzenpas achter elkaar. Nu wordt ook duidelijk waarom de gidsen hier de voorbije dagen zo hard op gehamerd hebben: allemaal ter voorbereiding van deze nacht, waarop we urenlang in stilte op deze manier naar boven zouden moeten wandelen. En die training heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen, want we houden flink vol en de eerste uren blijft onze groep mooi bij elkaar. Als ik de eerste keer vraag hoelang we al aan het wandelen zijn, blijkt dat al 3u te zijn. Bijna halfweg…

Mijn herinnering aan die nacht is eerlijk gezegd een beetje wazig. Ik had een Spotify-playlist opgezet die ik speciaal voor deze gelegenheid samengesteld had, maar daar luister ik maar met een half oor naar. Toch is de muziek met momenten een aangename afleiding, en een goede manier om wakker te blijven. Vanuit een ooghoek zie ik dragers en gidsen dansen op het ritme van liederen die ze zelf zingen.  Als ik af en toe eens voor of achter me kijk, zie ik een eindeloze sliert lichtjes. Dat Afrikaans gezang en gedans, al die dansende lichtjes, omgeven door volslagen duisternis… Het is een aparte sfeer, en ik voel me deel uitmaken van een unieke, bijna spirituele ervaring (maar mogelijks was het ook de ijlheid van de lucht op meer dan 5000m die de ervaring een beetje transcendent maakte :-)).

Ik heb het op geen enkel moment echt koud, hoewel ik daar vooraf het meest schrik voor had. Ik heb het ook fysiek niet echt zwaar, zelfs mijn ademhaling kan vrij goed volgen. En wanneer ik het toch wat lastig begin te krijgen, roept de gids meestal niet veel later dat we even gaan pauzeren. Het enige probleem dat ik heb is dat ik verschrikkelijk moe ben, soms zo erg dat ik moet vechten om niet al wandelend in slaap te vallen. Dat klinkt raar maar toch was het zo. De gids had ons daarvoor gewaarschuwd, en de raad gegeven dan af en toe eens je warme muts af te zetten zodat je hoofd wat afkoelt.

Maar in het algemeen gaat het makkelijker dan ik verwacht had. Mogelijks komt dat ook wel doordat mijn lichaam precies eindelijk geacclimatiseerd geraakt is aan de hoogte, en ik voor het eerst in 3 dagen geen hoofdpijn meer heb; ik voel me eerlijk gezegd redelijk geweldig 😊. Blijkbaar stap ik wel erg traag: normaal zie je de zonsopgang vanaf Stella Point, maar daar ben ik nog lang niet als het licht wordt. Toch doet het feit dat we overschakelen van wandelen in duisternis naar wandelen in het zonnetje me deugd, want op dat laatste stuk naar Stella Point heb ik het lastig: ik had al 3x verwacht er te zijn op een punt dat ik voor ogen had, en aangekomen op dat punt bleek telkens dat ik nog een gans eind te gaan had alvorens er effectief te zijn… De fut is na de 3e ontgoocheling dan ook een beetje weg. Hoewel mijn persoonlijke gids me aanmoedigt door te stappen tot Stella Point alvorens te pauzeren, ga ik tegen hem in en stop ik om chocolade te eten en fruitsap te drinken, om terug een beetje energie te krijgen. Ondanks het feit dat ik er enigszins hangry zijn neus een beetje afsnak, is hij zo lief om zowel het fruitsap als de chocolade voor me te openen, zodat ik mijn dikke wanten niet zou moeten uitdoen. Ik laat me door hem gewillig stukje per stukje chocolade voederen, als een babyvogeltje in een nest. Dat zegt ook wel iets over de staat van uitputting waarin ik me moet bevonden hebben. 😊

Stella point, Kilimanjaro
Stella Point: hier beslis je of je doorgaat of terugkeert.

Op Stella Point krijgen we een tas warme thee en een koekje, wordt ons gevraagd wie nog verder wil naar Uhuru Peak en wie naar beneden wil. Twee gaan er naar beneden. Met de 4 achtergebleven meisjes van de groep gaan we door naar Uhuru Peak, dat nog een uur verder ligt dan Stella Point. Een erg bizar uur, ik voel me dronken van de hoogte en waggel letterlijk naar boven. Ik had vooraf gedacht me erg euforisch te voelen op die top van de Kilimanjaro maar dat is eigenlijk niet zo, daarvoor ben ik te roezig en te uitgeteld. Ik zit er maar een beetje voor me uit te staren. We nemen een paar foto’s en dalen dan terug af.

Op Uhuru peak, Kilimanjaro
Doorgaan, dus 🙂

Het stuk terug naar het basecamp gaat vlotjes; de ondergrond is vooral zand en ik ontwikkel een techniek waarmee ik zonder veel moeite naar beneden kan glijden. In het kamp krijgen we tijd om wat bij te slapen. Hoewel het op dat moment nog geen middag is voelt het alsof het al avond is, we hebben er op dat ogenblik dan ook al zo een slordige 12u wandelen opzitten…

De meeste groepen dalen dan nog af tot Mweka camp, het kamp gelegen op 3000m, maar de laatsten van onze groep zijn zo laat binnengekomen dat het na de lunch al 15u is; er wordt dus beslist maar tot Millennium camp te gaan en de volgende dag iets meer te dalen.

Ook dit stuk gaat beter dan ik verwacht had: de zon schijnt (alweer, ja 😎 ), en het pad is relatief makkelijk te bewandelen. Ik voel me vreemd genoeg vol energie. Ik heb opnieuw mijn muziek opgezet en breng deze uurtjes in een soort van meditatie door. Het wordt terug helder in mijn hoofd en wat ik het voorbije etmaal allemaal heb beleefd tijdens de beklimming van de Kilimanjaro begint langzaam door te dringen. 

Dag 6: Van Millennium Camp (3800m) naar Mweka gate (1600m)

Voor het eerst in een week een ganse nacht kunnen doorslapen, in plaats van dat slopende 10-minuten-slapen-en-dan-wakker-worden als gevolg van de hoogte. Zalig! Voor we vertrekken nemen we afscheid van de dragers. Opnieuw een erg ceremonieel gebeuren, met de overhandiging van de fooien en een heleboel gedans en gezang. Die mannen hebben ons de voorbije dagen meermaals uit de nood geholpen, zonder hen had geen van ons ooit de top gehaald… Lifesavers zijn het!

Het team met alle dragers dat ons begeleidde op de Kilimanjaro
Afscheidsceremonie van de dragers.

Na het afscheidsritueel beginnen we aan onze laatste uren op de Kilimanjaro. Ik ga hier niet flauw over doen: die dag is er gewoon echt teveel aan. Eerst een lang stuk dalen over grote rotsblokken, en dan nog een paar uren verder dalen op glibberige modderpaden in het regenwoud. Om de tijd te doden vertellen we elkaar raadseltjes. We willen er zo snel mogelijk vanaf zijn, dus gaan echt wel in sneltempo naar beneden: op een dikke 5u staan we aan de aankomstgate. Daar waar ik de dagen voorheen gespaard gebleven was van blaren, pijnlijke voeten en blauwe teennagels heb ik dit op deze laatste dag allemaal mogen afchecken. Maar aan Mweka gate zie je iedereen een beetje strompelend rondlopen, het lijkt er dus bij te horen.

Samengevat

Vond ik het leuk? Tja, ik heb geen vijf dagen aan een stuk dolle pret gehad tijdens de beklimming van de Kilimanjaro, zoveel was wel al duidelijk hé. 😊 Maar toch zou ik het zo opnieuw doen. Omdat het toch wel iets speciaal is, om zo een reus van een berg vanaf zeeniveau gewoon recht omhoog te lopen tot op bijna 6000m. Dat monotone stappen met slechts 1 doel: die top halen, waarbij in de loop der dagen alles in je hoofd verdwijnt, en plaats maakt voor slechts 1 ding: de strijd van je lijf met die berg… Op het moment zelf was het voor mij vooral gaan en blijven gaan, zonder er teveel over na te denken, het is eerder achteraf dat ik me gerealiseerd heb wat voor een speciale ervaring dit geweest is.

Ik heb me met momenten oprecht ellendig gevoeld, maar dat maakt ook dat ik van bepaalde mooie momenten erg intens genoten heb: een zonsondergang boven de bergtop, aankomen op een unieke kampplaats, een gids die de chocoladereep voor me openbreekt als hij ziet dat ik zelfs daar te uitgeput voor ben, zalig lekkere avocado’s als dessert, vijf dagen lang zon, blauwe hemel en geen spatje regen, een tentgenoot met wie ik op een paar dagen zo gesynchroniseerd geraakt was dat we in nog geen 15 minuten ingepakt hadden, aangekleed waren en klaar waren om aan de dag te beginnen,…

En: ik heb het toch maar mooi gedaan! Ik heb me klote gevoeld, ik ben ziek geweest, maar ik heb doorgezet en ik heb de laatste nacht 9u onafgebroken gewandeld om vanaf 4600m op het hoogste punt van 5895m te staan.

Ik zou het zelf eigenlijk niet beter kunnen omschrijven dan Sir Edmund Hillary het deed:

 

It is not the mountain we conquer, but ourselves.

 

Amen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s