Leeuw in Serengeti

Op safari in Tanzania: 4 dingen die ik niet op voorhand wist

#1 Kamperen op safari betekent letterlijk slapen tussen de wilde beesten.

Wie op safari gaat in Tanzania kan kiezen tussen slapen in een tentje of in een lodge. Kamperen is goedkoper, en valt qua comfort bovendien best nog wel mee: ruime tenten waarin je zelfs helemaal rechtop kan staan, een vijfsterrenkok die hemels eten bereidt, propere toiletten, en op 2 van de 3 campings waren er zelfs warmwaterdouches beschikbaar. Kamperen is ook avontuurlijker.

Véél avontuurlijker.

Want je slaapt tijdens je safari in Tanzania dus eigenlijk gewoon temidden van het nationaal park. Waar alle wilde dieren die je overdag bewondert vanuit je veilige jeep, ’s nachts doodleuk langsheen je tent flaneren.

Het feit dat zowel de keuken als het sanitaire blok hermetisch afgesloten waren met metalen tralies had misschien al een belletje moeten doen rinkelen.

Maar soms ben ik dus nogal traag van begrip.

Na het avondeten kregen we van onze gids de instructies voor de nacht. Toen begon het mij stilaan te dagen.

Op de eerste kampplaats doolden er naar haar ervaring vooral hyena’s rond. Hyena’s zouden niet zo heel erg gevaarlijk zijn. Tenminste, als je met je zaklamp niet recht in hun ogen scheen en gewoon rustig bleef als je ergens een paar fluorescerende ogen zag. Het zou ook kunnen dat er ’s nachts eens een leeuw of een zebra passeerde op de camping, maar daar moesten we niet van wakker liggen. Figuurlijk, dan.

En no matter what, we mochten ’s nachts IN GEEN GEVAL alleen naar het toilet. Euh… Say what? Misschien lag het aan mij. Maar ik kon met de beste wil van de wereld niet begrijpen welk verschil het zou maken of ik daar nu alleen of tesamen met een andere pantoffelheld oog in oog met een leeuw zou komen te staan. Daar kon de gids niet meteen een antwoord op verzinnen, maar volgens haar kwam het er op neer elk nachtelijk toiletbezoek zo kort mogelijk te houden, maar tegelijk ook vooral niet te rennen, en alvorens de tent uit te strompelen eerst met onze zaklamp goed de omgeving te scannen naar gebeurlijk wild in de struiken. Zonder daarbij dan per abuis knal in de ogen van een hyena te schijnen, weliswaar.

Had ik zopas die Kilimanjaro zonder al te veel kleerscheuren overwonnen, ging ik hier nu toch wel niet schielijk aan mijn eind komen door de schuld van mijn veel te kleine blaas, zeker.

En niets zet uiteraard meer aan tot dringend moeten plassen dan het besef dat je niet kan gaan plassen.

Goed nieuws echter op de volgende camping, aan de rand van de Ngorongoro-krater: hier zaten geen hyena’s of leeuwen meer. Alleen erg veel buffels. En buffels, zo kregen we die avond van onze gids mee, die zijn héél erg gevaarlijk. Als je tijdens een nachtelijk toiletbezoek geruis hoorde in de struiken: er vooral je zaklamp niet op richten of je had het zitten.

Omdat ik normaalgezien minstens 2x per nacht moet gaan plassen, besloot ik in Ngorongoro 3 uren voor het slapengaan te stoppen met drinken. Ook de biertjes liet ik met spijt aan me voorbijgaan. Compleet gedeshydrateerd maar veilig kwam ik zo zonder toiletbezoek de nacht door.

Alleen had het de hele nacht watergegoten. En buffels schijnen een hekel te hebben aan regen. Dus dan komen ze geen toeristen lastig vallen. Een klein detail, dat onze gids ons pas de volgende dag aan het ontbijt meedeelde…

tentjes camping serengeti
Slapen op de Dik-Dik kampplaats in Serengeti

 

#2 Op een safari in Tanzania heb je een goede kans om de Big Five te spotten. Tesamen met een paar dozijn andere toeristen.

Dit was het beeld dat ik had van een safari in Tanzania: urenlang cruisen doorheen woeste vlakten, geen levende ziel te bespeuren, om dan ineens -totaal onverwachts!- een leeuw, een luipaard of een cheetah voor de jeep te zien opduiken.

Reality check. Zo gaat het dus niet.

Je rijdt wel degelijk urenlang rond (Serengeti betekent niet voor niets “endless plains”), maar je bent er verre van alleen en je botst al helemaal niet spontaan op een familie luipaarden.

Jeepchauffeurs doen in het hoogseizoen soms wekelijks dezelfde safaritocht. Ze leren op de campings andere jeepchauffeurs kennen en worden vriendjes. En vriendjes willen elkaar per walkie-talkie wel eens laten weten dat ze ergens een zwarte neushoorn of een cheetah gespot hebben. Jouw jeepchauffeur is een goede netwerker als hij plots als een gek rechtsomkeer maakt en aan een razend tempo een welbepaalde richting uitrijdt. Om daar dan tesamen met alle andere vrienden op een kluitje te gaan staan. Te wachten. Tot het beest zich terug laat zien.

Serengeti - kijken naar leeuwen
Iemand dacht een zeldzaam luipaard gezien te hebben, vaag in de verte.

De leeuwenjongen zelf laten het in elk geval niet aan hun hart komen, en kuieren op hun dooie gemak rond tussen de jeeps. Alsof we met onze 4×4’s altijd al deel uitgemaakt hebben van de Eindeloze Vlaktes.

 

#3 Jeepchauffeurs zitten vol met grappige weetjes over dieren.

Als je geluk hebt, tref je tijdens je safari een gids of een chauffeur die wildlife gestudeerd heeft aan de universiteit. Of die gewoon gepassioneerd is door zijn job. En die je dan onderweg dingen vertelt die je eigenlijk niet wilde weten, maar nadien nooit meer vergeet.

Wist je bijvoorbeeld dat:

  • De gevlekte hyena het enige in groep levende zoogdier is waar de vrouwtjes de groep domineren, en niet de mannetjes? Volgens chauffeur Eddy komt dit omdat hyenavrouwtjes niet alleen een clitoris hebben die even groot is als een penis, maar ook nog eens balzakken die net echt lijken. Als hyena’s elkaar begroeten gaan ze net zoals hondjes elkaars genitaliën besnuffelen, op dat ogenblik krijgt het hyenavrouwtje een gigantische erectie (echt waar!), waardoor het mannetje zich rot schrikt en hard wegloopt.
  • Wanneer een leeuw een leeuwin tegenkomt, ze zich afzonderen en ongeveer 5 dagen lang voortdurend seks hebben, gemiddeld om het kwartier en dus in totaal een paar 100 keer na elkaar? Tijdens die dagen doen ze ook niets anders dan vrijen, rusten en opnieuw vrijen. Er wordt niet gegeten en evenmin geslapen. Erna gaan ze weer elk hun weg. In de hoop dat de leeuwin bij 1 van die 384 pogingen bevrucht geraakt is. Anders begint het gewoon terug van voor af aan. The circle of life!
  • Pumba, de naam van het zwijntje in The Lion King, “dwaas” betekent in het Swahili, omdat het knobbelzwijn het domste dier van de Savanne is? Als hij een roofdier ziet aankomen loopt hij snel weg, maar na een paar seconden is hij alweer vergeten waarom hij eigenlijk zo hard aan het lopen is, waarop hij stopt of van richting verandert en zo recht in de klauwen van de leeuw loopt…

 

#4 Ondanks alles wat ik op voorhand niet wist, blijft het behoorlijk indrukwekkend om de big five te spotten.

Oké, mijn geromantiseerde beeld van een safari in Tanzania klopte langs geen kanten, ik vergeet voortdurend welke dieren nu weer precies de big five zijn, en het is misschien wel een beetje raar dat wilde leeuwen al die jeeps rondom hen doodnormaal vinden.

Maar.

Leeuwen, luipaarden, nijlpaarden, giraffen, olifanten, neushoorns, cheetahs, buffels, gnoes en nog veel meer: ik heb ze toch maar mooi allemaal gezien. In het echt en al. In een adembenemend decor.

Niet slecht, hé?!

Noot: de fantastische dierenplaatjes in deze blogpost zijn niet door mij maar door een reisgenoot gemaakt. Immers, waarom nog knullige foto’s met je Iphone proberen nemen, als je het geluk hebt een professionele fotograaf naast je aan boord van je jeep te hebben? 😉 Fotocredits gaan dus naar topfotograaf Sindre Nedrevag!

Kudde olifanten in SerengetiZebra's in SerengetiLeeuwen in Ngoro ngoroLake manyara tanzania girafBaby luipaard in Serengeti

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s