indonesie borobudur

Reisverhaal Indonesië: waarom het belangrijk is de juiste reistijd te checken voor Java

Het is een terugkerend fenomeen. Ieder jaar zo rond maart steekt het de kop op. Een rusteloosheid, een wat-ga-ik-nu-doen-deze-zomer, wanderlust die dringend ingelost moet worden. Dit jaar had ik ook al langer getwijfeld dan anders, of ik nu wel of niet ver weg zou gaan en alleen of in groep of met een vriend of…

En dan ineens gebeurt het. Ga ik vluchten vergelijken, en zonder al te veel nadenken boek ik impulsief een ticket. Zodat er geen weg terug meer is. Want alleen reizen, dat is wel avontuurlijk enzo, en leuk om achteraf stoere verhalen over te vertellen, maar vertrekken doe ik toch nog steeds met een klein hartje en een stevige knoop in mijn maag, hoor.

Indonesië was het geworden. Een spotgoedkoop ticket had ik gescoord. Dus had ik er maar meteen een maand van gemaakt, met het plan Java en Bali af te reizen.

Het is intussen ook een ritueel geworden dat ik pas na het boeken van mijn ticket een Lonely Planet koop. En naar aanvullende tips zoek op internet. Niet eerder, want ik mag van mezelf pas beginnen met de concrete reisvoorbereidingen als het “echt” is.

In zo ongeveer elk reisadvies dat ik in die eerste dagen las stond dat je ten allen tijde moet vermijden om op Java te reizen tijdens de Ramadan, en in het bijzonder tijdens het feestelijke einde van die Ramadan: Idul fitri, oftewel het Suikerfeest. Op Java woont immers de grootste moslimgemeenschap ter wereld. En in de aanloop naar dat feest bewegen er miljoenen Indonesiërs overheen Java, in alle richtingen, omdat ze het Suikerfeest samen met hun familie willen vieren, in hun geboortedorp. Een beetje zoals Kerstmis bij ons, maar dan 1000 keer zo erg. Een ware volksverhuizing, complete chaos. Althans, zo staat het toch beschreven in de boekjes.

Je op een normale manier verplaatsen is rond die dagen dan ook zo goed als onmogelijk: vliegtuigen, bussen, treinen,… alles zit propvol en is maanden op voorhand volgeboekt, en op de weg is het met de auto dagenlang aanschuiven om ergens te geraken. Nee. Reizen op Java tijdens het Suikerfeest wordt niet aangeraden.

Drie keer raden wanneer mijn spotgoedkope vlucht op Java zou landen.

Juist. Twee dagen voor dat Suikerfeest, waardoor het ganse eiland muurvast kwam te zitten.

Les 1 in het handboek “Reizen voor dummies”: check welke de beste reisperiode is voor je bestemming.

Na schoorvoetend aan het reisbureau gevraagd te hebben of er echt geen mogelijkheid bestond om mijn ticket om te boeken naar een andere datum of een andere luchthaven in Indonesië (eender welke, zolang maar niet op Java!), zonder resultaat uiteraard, zat er niet veel anders op dan maar gewoon te gaan en te zien waar ik zou geraken. Letterlijk dan.

Mijn plan om over land vanuit Jakarta naar Yogyakarta te reizen, en daar dan het bootje te nemen naar Bali, kon ik maar beter ineens laten schieten. Plan B was dus uitzoeken hoe ik alsnog uit Jakarta weg kon geraken. Lang zoeken leverde me één van de laatste vliegticketjes op die nog beschikbaar waren: een enkeltje van Java naar Yogyakarta, op een ontieglijk uur, maar wel al meteen de dag nadat ik in Jakarta geland zou zijn.

Allez. So far, so good. Zo zat ik tenminste toch al aan de andere kant van dat eiland, zonder dagenlang in de file te moeten staan. Ik was bovendien net op tijd in Yogyakarta om nog iets op te vangen van de feestelijke optochten ter ere van dat fameuze Idul fitri.

Rond Yogyakarta bevonden zich ook een paar niet te missen hoogtepunten: Prambanan en Borobudur, 2 tempelcomplexen, en Mount Bromo, waar je via een tweedaagse tocht bij zonsopgang dat spectaculaire zicht krijgt over die vulkaan. Je weet wel, dat beeld dat je op zo ongeveer elke foto van Indonesië ziet. En vanwaar je vervolgens op de boot hopt richting Bali.

Tenminste, dat was het plan.

Na een ganse dag zoeken en rondvragen in de toeristische buurt van Yogyakarta had ik eindelijk een reisorganisatie gevonden die bereid was me de volgende dag naar Prambanan en Borobudur te brengen. Maar wel alleen om 4u ’s ochtends. Omdat ze dachten dat het dan nog wel een beetje zou meevallen in het verkeer. Na 8u ’s ochtends zou alles immers terug dichtslibben.

Ik kan niet zeggen dat ik er spontaan voor gekozen zou hebben. Maar kijk, die zonsopgang boven Borobudur was best wel indrukwekkend. En ik heb er ook wat mooie plaatjes kunnen schieten, nog zonder andere toeristen erbij.

En de tweedaagse excursie naar Mount Bromo? Ik had één bureautje gevonden dat ‘misschien’ wel bereid was dit te doen, maar ik moest nog een beetje wachten om te zien hoe de vakantie-uittocht na het Suikerfeest verder zou evolueren.

Yogyakarta is best wel een fijne stad. Dat weet ik, omdat ik er 5 dagen al wachtend doorgebracht heb.

Eens ik me bij de immobiliteit van mijn toestand neergelegd had, heb ik er op zich wel een leuke tijd gehad. Zo ging ik ’s avonds biljarten in een Hollands café en won ik daarbij elke keer van 2 stoere Nederlandse expats, omdat die mannen na een paar Heinekens al helemaal teut waren en niet meer konden mikken, en ik straffer Belgisch bier gewoon was en dus nuchter bleef. En ik heb een ganse roman uitgelezen aan het zwembad van het geweldige guesthouse van één van de broers van Koen Wauters, Prambanan Guesthouse.

Maar uiteindelijk besloot de brave man van het enige reisbureautje dat me misschien naar Bromo wilde brengen dat het gekkenwerk was: de wegen zaten zo vast dat een tweedaagse excursie evengoed meer een week zou kunnen duren. En ook de boten naar Bali waren redelijk uitzichtloos. Want aan dat Suikerfeest koppelden al die Javanen ook hun vakantie, en waar brachten ze die graag door?

Inderdaad. Aan een strand op Bali.

Zucht.

Het beste wat hij me kon bieden was een vluchtje naar Denpasar, de luchthaven van Bali.

Dat heb ik dus maar aangenomen. Mount Bromo of niet, ik wilde na dagen vastgezeten te hebben in Yogyakarta eindelijk aan dat backpacken gaan beginnen.

En zo kwam het dat ik de volgende dag op Bali stond, waar ik in feite maar een dag of 10 had willen doorbrengen, omdat het nu niet bepaald groot is en ik bovendien geen strandmens ben.

Ik had er nu de volle 21 dagen. Zonder plannen, zonder voorbereiding.

Om de één of andere reden is het niet bij mij opgekomen nog één van de vele andere eilanden van Indonesië te gaan opzoeken. Ik had het precies een beetje gehad met het nemen van lokale vluchten enzo. Ik wilde eindelijk eens gaan kennismaken met Indonesië en zijn mensen. Op een rustige, diepgaande manier.

Dus bleef ik de rest van mijn vakantie in Bali. Eerlijk gezegd: Bali is geen cadeau voor soloreizigers. Het openbaar vervoer is beperkt, dus als je wil rondreizen ben je vaak afhankelijk van privétransport. Als je niemand vindt om je rit mee te delen is dat dus best wel duur. Velen huren er daarom een brommertje, maar iedereen die mij een beetje kent weet dat het absoluut geen goed idee is om mij een brommer te laten besturen. 🙂 Laat staan in Azië.

Maar dat kon me allemaal niet deren.

Na de o zo moeizame start op Java leek het alsof op Bali alles opeens vanzelf ging. Echt. De hindoeïstische goden waren me blijkbaar gunstig gezind.

Ik leerde er geweldig leuke mensen kennen met wie ik autoritjes en maaltijden deelde, zag er rijstvelden, mooie tempeltjes, Balinese dansen, prachtige zonsondergangen, en kreeg er de surfmicrobe te pakken.

Ik had er een fantastische tijd, waarover je alles kan lezen in deze blogpost over Bali: Reisroute: Bali in 3 weken: tempels, rijstvelden, een vulkaan en surfen.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s