Citytrip Reykjavik: Mijn 10 ultieme tips

Reykjavik en ik, het was geen liefde op het eerste zicht. Ik kwam dan ook net waanzinnig mooie natuur uit geduikeld na het stappen van de Laugavegur trail en Reykjavik was een heel ander soort IJsland dan ik tot dan toe gezien had. Maar ik bracht er uiteindelijk wel vijf erg leuke dagen door, dus ik deel graag mijn tips voor Reykjavik.

#1 Ga zwemmen

Met stip op nummer 1: ga zwemmen in Reykjavik. Ijsland barst van de warmwaterbronnen, en elke zichzelf respecterende toerist betaalt zich graag blauw om een paar uur in het azuurblauwe warme water te dobberen van The Blue Lagoon, met een siliconenmaskertje op je gezicht en glaasje bubbels in de hand. Toegegeven: het heeft iets. Ik was er na afloop ook helemaal roezig van.

Het is wel degelijk zo dat dobberen in warm water een ingebakken IJslands gebruik is. Alleen zal je in The Blue Lagoon geen enkele IJslander spotten. Dat is immers veel te duur. Maar zwemmen doen ze dus wel, velen zelfs dagelijks.

Van nature zijn IJslanders nogal gesloten mensen, dus wil je graag een inkijkje in hun sociale leven: ga zwemmen. Niet in The Blue Lagoon of Sky Lagoon, maar gewoon in één van de zeven (!) gemeentelijke zwembaden die Reykjavik telt. De zwembaden werken op het zelfde principe als de lagoons: thermische baden, opgewarmd via geothermisch water. Een ticketje kost bijna niks, en je hebt er een gans aanbod aan welness: buitenzwembad, jacuzzi, hot tubs, sauna, stoombad, koude baden,… De insider tip voor Reykjavik is dus: ga zwemmen in een gemeentelijk zwembad.

Alle zwembaden openen ’s ochtends erg vroeg en zijn open tot 22u. Het is dé plek waar veel IJslanders bijna dagelijks heen gaan om te ontspannen, af te spreken met vrienden en bij te praten. Echt gezwommen wordt er dus niet; iedereen pendelt een beetje tussen de verschillende warme baden en kletst gezellig rond. Erg bijzonder vond ik dit!

Ik ging zelf zwemmen in Sundhöll, gelegen niet ver van de grote kerk, maar je hebt er dus in elke wijk wel eentje.

#2 Spot walvissen

Ja ja, ook in Reykjavik kan je walvissen zien. Daarvoor hoef je maar een beetje de zee in te varen en vaak heb je al prijs.

Ik had eerder al eens een slechte ervaring met een weinig ethische manier van dolfijnen spotten op Zanzibar, dus deze keer ben ik erg zorgvuldig op zoek gegaan naar een organisatie waar ik me goed bij voelde. Ik koos voor Elding whale watching, de oudste touroperator in Reykjavik, en was achteraf heel erg blij met mijn keuze.

Elding whale watching is namelijk een familiebedrijf en ze hebben mee de ethische codes uitgewerkt waar ook de andere intussen gestarte bedrijfjes zich aan houden. Zo wordt er bijvoorbeeld over gewaakt dat er met de boten steeds voldoende afstand gehouden wordt van de dieren, en van zodra er meer dan twee boten richting dezelfde walvis gaan, gaat er eentje weg, zodat de dieren niet ‘omsingeld’ raken. De gids was mariene bioloog en werkte al jaren bij Elding, waardoor ze veel dieren herkende en er heel wat over kon vertellen.

Bonus: ze hebben in de haven een kleine tentoonstelling waar je wat kan bijleren over walvissen, waarom je ze niet moet eten en hoe ze zoveel als mogelijk beschermd worden in IJsland + de gids op de boot neemt foto’s die je na afloop per mail kan opvragen (zijn vaak geslaagder dan de foto’s die je zelf heen en weer wiegend met je smartphone probeerde te maken ;-).)

Ik koos voor een rondvaart met een omgebouwde schippersboot in plaats van met een RIB boat. Die laatste kan sneller maar vond ik minder diervriendelijk (en is ook dubbel zo duur). De tocht duurt ongeveer 3u, kost 80 euro en is op woelige dagen niet geschikt voor mensen die gevoelig zijn aan zeeziekte, want je gaat best wel een eindje de zee in.

Ik zag papegaaivogels, een bultrugwalvis, drie vinvissen en een school dolfijnen mét baby. Expeditie meer dan geslaagd, en daarom dus mijn tweede tip voor Reykjavik 🙂

#3 Eet zoals de IJslanders

Als je net zoals ik eerst een week gevriesdroogd eten uit zakjes hebt gegeten op een trektocht smaakt in eerste instantie alles lekker. En akkoord, ze serveren zo ongeveer overal zalm en lamsvlees, dat sowieso 10x beter smaakt dan bij ons, maar toch waren er voor mij een paar uitschieters. In tips voor Reykjavik kan een food-topic dus niet ontbreken :-). Zo vond ik de zalm en de moelleux in Flauel echt waanzinnig lekker, en eigenlijk niet duurder dan in een een standaard toeristenrestaurant. Het was er bovendien ook gezellig zitten.

Maar als je even rondloopt in IJsland, wordt het je al gauw duidelijk dat IJslanders niet alle dagen zalm of lam eten, maar vooral verzot zijn op de Amerikaanse keuken: hotdog, hamburgers en fish and chips.

Een must-eat is dus een hotdog. Je vindt zelfs in het kleinste tankstationnetje en aan elke toeristische attractie wel een hotdogstand, maar als je er echt voor wil gaan moet je een hotdog gaan eten bij Bæjarins Beztu Pylsur, letterlijk vertaald “beste hotdog in de stad”. Zo op het zicht zou je het hen nochtans niet aangeven: het is een heel eenvoudig kraam ergens in een vergeethoekje in het oude centrum, maar je kan het herkennen doordat er het grootste deel van de dag een lange rij staat aan te schuiven, en eromheen staan picknicktafels met speciale hotdoghouders. Ze zijn dan ook erg lekker (en het is meteen ook de goedkoopste maaltijd die je in Reykjavik zal vinden :-)).

Reykjavik Fish, in de haven, is een no-nonsense restaurant waar je lekkere fish and chips kan eten en vond ik ook wel een aanrader.

Tip: wil je ook drinken zoals de IJslanders en je toch niet blauw betalen aan de veel te dure alcohol: ga dan op zoek naar de happy hour aanbiedingen. Varieert een beetje per zaak, maar meestal zijn bier en/of wijn tijdens het happy hour iets minder prijzig. Of je kan het anders gewoon houden op een karaf kraantjeswater, dat in IJsland in feite recht van een gletsjer komt en zowat het beste mineraalwater is dat je ooit zal drinken.

#4 Doe de golden circle

Ok, de golden circle is een door veel toeristen platgetreden route, maar niet zonder reden. De golden circle combineert een aantal erg bijzondere hoogtepunten, allemaal gelegen op een boogscheut van Reykjavik: een prachtige waterval, een gigantische geiser en het oudste parlement ter wereld. Je kan dit met een huurauto makkelijk zelf afrijden, maar heel wat reisbureautjes bieden deze tour aan met een minibusje. Daarbij word je opgepikt aan je hotel rond 9u, en op dezelfde plek netjes terug afgeleverd ergens rond 16-17u. Het fijne aan zo een georganiseerde trip vind ik dat je wat gezelschap hebt van medereizigers, en ook heel wat bijleert door de chauffeur/gids die tijdens het rijden vaak vanalles vertelt over IJsland en de plekken waar je langsrijdt. Ik deed zowel de golden circle als de tour langs het vulkanisch schiereiland met Nicetravel en was daar heel erg tevreden over. De golden circle tour kostte me 67 euro.

De golden circle heeft drie stops. Eerste stop: Thingvellir national park. Spectaculair omdat je daar visueel het gat tussen de twee tektonische platen kan zien, en je dus letterlijk tussen Europa en Amerika staat. Maar ook voor IJslanders een belangrijke historische plek, omdat daar nog steeds de rotsen staan waar het eerste parlement ter wereld zitting had en door de Vikings vele wetten werden gemaakt. De tweede stop is Gullfoss, letterlijk vertaald ‘gouden waterval’, en de naam zegt dus meteen alles. Nu had ik op trekking al behoorlijk mooie watervallen gezien, maar waarom deze zoveel toeristen trekt is wel meteen duidelijk. Derde stop is Geysir, en ja, daar is dus een geiser, maar wel meteen de meest beroemde ter wereld: Geysir zorgde er immers voor dat alle sputterende warmwaterbronnen de naam geiser kregen. Je hoeft er ook niet onnodig veel geduld voor te hebben: om de drie à vijf minuten doet Geysir zijn kunstje en spuit het water metershoog de lucht in.

Ondanks het feit dat je er met veel toeristen samen van moet genieten vond ik het toch allemaal indrukwekkend genoeg om te kunnen opnemen in het lijstje met tips voor Reykjavik.

Als uitsmijter reden wij nog even langs een vulkanische die ooit in elkaar plofte, waardoor er een mooi meer ontstond in het midden: vulkanische krater Kerid.

#5 Zie eens een vulkaan uitbarsten

IJsland is dus een vulkanisch eiland. Dat komt voornamelijk omdat het gelegen is op de grens van twee tektonische platen, die elk jaar een beetje verder uit elkaar schuiven. Iedereen herinnert zich ongetwijfeld de vulkaan met de niet uit te spreken naam die enkele jaren geleden het ganse luchtverkeer lam legde.

Sinds maart 2021 is er opnieuw een vulkaan actief, op het schiereiland Reykjanes, Geldingadalir, ten zuidwesten van Reykjavik, en het bijzondere eraan is dat je er naartoe kan wandelen en als je geluk hebt de uitbarsting met je eigen ogen kan aanschouwen. Geen idee hoelang de vulkaan er nog zal staan pruttelen, maar anno 2021 is het een bijzonder populaire tip voor Reykjavik.

Ik boekte dus opnieuw via Nicetravel een dagtrip, deze keer naar een actieve vulkaan. We hadden echter geen geluk want de vulkaan was die dag niet actief. Wél konden we ‘verse lava’ zien, en het spoor langs waar dat telkens naar beneden liep. We combineerden de tocht naar de vulkaan met het bezoeken van een aantal warmwaterbronnen, we stopten ook nog even aan de kust om de zee te zien, en als uitsmijter sloten we de dag af in The Blue Lagoon. Al bij al dus een meer dan geslaagde dag.

#6 Slaap in Loft hostel

Ijsland is duur. Om te eten, te drinken, maar dus ook en vooral om te slapen. Omdat ik liever mijn geld uitgeef aan excursies dan aan een mooie hotelkamer, boekte ik een bed in een kamer met zes in een jeugdherberg: Loft hostel. Veel goedkoper dan een hotel, én bovendien gelegen op een toplocatie, knal in het centrum. De kamers zijn sober maar verzorgd, en elk bed heeft een lampje en stopcontact. Ik betaalde hiervoor 44 euro per nacht.

Iedereen die er werkt is ook erg vriendelijk en behulpzaam, en je kan er ook excursies of luchthaventransport laten boeken. Minpuntje is dat je echt pas kan inchecken vanaf 15u stipt, maar je kan er wel eerder terecht om je bagage in de opslag te zetten terwijl je al even de stad verkent. Op alle vlakken vond ik Loft hostel een aanrader, dus belandt hij ook in dit overzichtje met tips voor Reykjavik.

Voordeel voor wie solo reist is dat Loft hostel een erg gezellige gemeenschappelijke ruimte + bar heeft, waar een lang happy hour geldt en er zodoende altijd wel volk te vinden valt. Goedkopere wijn dan in het happy hour van Loft hostel heb ik nergens gevonden…

#7 Ga shoppen in Laugavegur street

Als je verblijft in Loft hostel, hoef je maar gewoon een paar verdiepingen naar beneden te gaan en je staat al in de autovrije winkelstraat Laugavegur. Je kan er aan souvenirshopping doen, maar de straatjes zijn ook een waar shop-Walhalla voor avonturiers: winkels van Fjällräven, Marmot, 66° North,… Als je van plan bent na je bezoek aan Reykjavik ook nog de Laugevegur trektocht te doen, vind je hier alles wat je nog nodig kan hebben. En voor wie verslaafd is aan avonturenspulletjes zoals ik vind je er ook alles waarvan je eerder nog niet wist dat je het nodig had, maar dat nu je het kocht zeker van pas gaat komen ;-).

Ik vond het persoonlijk ook de gezelligste buurt van Reykjavik. Misschien ook doordat het autovrij was, mijn bezoek net in de Gay Pride maand viel en alles dus opgefleurd was met regenboogvlagjes, maar vooral ook omdat de winkels afgewisseld worden met erg gezellige bars en restaurantjes. In die zin staat de wijk dus in de tips voor Reykjavik, niet enkel om te shoppen maar ook om iets te gaan eten of drinken.

#8 Wandel doorheen de stad

Klinkt wellicht niet echt bemoedigend, maar ik vond Reykjavik stad zo op het eerste zicht echt niks. Een aaneenschakeling van woningen gebouwd uit golfplaten, allemaal in dezelfde troosteloze stijl, weinig gezellig en al helemaal geen charme uitstralend. Het enige mooie dat de skyline markeert is Harpa, het concertgebouw, tegen een achtergrond van ruwe bergen.

Maar als je dan even op zoek gaat, vind je best wel heel gezellige cafés en restaurants. Ongezellig zijn de IJslanders dan blijkbaar toch niet. Ik heb tijdens mijn dagen in Reykjavik heel wat afgewandeld, niet enkel in en rond de toeristische hotspots zoals de oude stad, de winkelstraten en de haven, maar ook gewoon doorheen woonwijken. Sommige wijken waren ineens verrassend groen, met erg mooie tuinen temidden van de stad. Ergens kwam ik ook ineens op een ruig kerkhof terecht, dat zo uit een filmscenario kon komen. Het is dus geen liefde op het eerste gezicht, maar als je een beetje je best doet, zal je merken: Reykjavik grows on you.

#9 Verdiep je in de geschiedenis van IJsland

IJsland is nog niet zo heel lang IJsland zoals we het vandaag kennen, en het heeft bovendien wel wat voeten in de aarde gehad alvorens het een onafhankelijk land geworden is. Voor wie zich graag verdiept in de geschiedenis van IJsland is het nationaal museum een tip in Reykjavik, op een steenworp van het centrale meer gelegen.

Het begon natuurlijk allemaal met de Vikings. IJsland kwam vervolgens eerst onder Noors bewind en dan onder Deens, toen Noorwegen en Denemarken één werden. Ze hadden er zelf niet zoveel in te zeggen, en werden dan ook allemaal nogal hardhandig gedwongen over te stappen van het Christendom op het Lutherse geloof. Pas tijdens en dankzij de eerste wereldoorlog werden ze onafhankelijk, maar werden tijdens de tweede wereldoorlog alweer overgenomen door de Amerikanen. Pas na de tweede wereldoorlog werden ze dus écht onafhankelijk. In hun vlag kozen ze voor de kern van hun land: blauw voor het water, wit voor de gletsjers en rood voor de het vuur van de vulkanen – opgebouwd in een kruis, verwijzend naar het Christendom.

#10 Laat de elfen met rust

Er wordt niet zoveel over gepraat, maar IJslanders geloven in wat ze gemeenzaam ‘the hidden people’ noemen. Elfen, die net zoals mensen zijn maar je niet kan zien, wonen in grote rotsblokken, en leven over het algemeen broederlijk samen met de mensen. Tenminste, voor zover je hun rust niet verstoort. Want dan kan het wel eens helemaal misgaan: wegenwerken waarbij er een huis van een elf geruimd werd, en waar dan plots alle machines beginnen haperen of er ongevallen gebeuren, onheil dat je thuis overkomt als je een elf bruskeerde,..

Het is ook geen bijgeloof van slechts een paar mensen waar wat lacherig over gedaan wordt, nee, het is serious business. Zo zag ik ergens een appartementencomplex, recent gebouwd door een projectontwikkelaar. Tijdens het bouwen kwam men tot het inzicht dat één van de rotsblokken die er in de weg lagen voor een gedeelte van het complex er toch wel erg bijzonder uitzag. En dat die dus waarschijnlijk bewoond was. Om alle problemen te vermijden besliste de projectontwikkelaar toen gewoon om een gans blok appartementen niet te bouwen, zodat het rotsblok onaangeroerd kon blijven liggen, en men bouwde de appartementen gewoon omheen het rotsblok. Dat moet hem een paar miljoen gekost hebben. Maar liever dat dan de rest van je leven geplaagd worden door een elf…

Dus de meest waardevolle tip voor Reykjavik van een IJslander is ongetwijfeld: laat de elfen met rust.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s